Preek van de week, zondag 9 juni

Voorganger: Ds. A. Hakvoort Meer geloof a.u.b.
De tekst van vandaag: Lucas 17 : 1 – 6

Wat is geloof? Abraham geldt als prototype voor gelovigen. Hij liet alles achter en ging op weg met
een onbegrensd vertrouwen zonder te weten waarheen. In Hebreeën 11 staat: Het geloof is de
zekerheid van wat je hoopt en het bewijs van wat je niet ziet.
Geloof heeft altijd te maken met zekerheid. In ons dagelijks taalgebruik zit in het woord “geloven”
een stuk onzekerheid. In de bijbel daarentegen staat geloven voor zekerheid want het gaat over wat
God zegt en Hij is voor 100% betrouwbaar. Als we ons laten leiden door Zijn Geest worden we ook
betrouwbare mensen. Jezus vraagt om Hem te volgen, maar waarschuwt ook: Weet waar je aan
begint, want je moet alles loslaten. Jezus waarschuwt ook voor valstrikken. Je moet elkaar tot 7x per
dag kunnen vergeven als hij of zij daarom vraagt. Doe je dat niet, dan ben je een valstrik.
Om dat te kunnen, vragen de apostelen om meer geloof, maar het antwoord van Jezus is
teleurstellend. Al had je een heel klein geloof dan zou je een boom zichzelf kunnen laten verplanten.
Jezus brengt een correctie aan in de vraag. Geloof is niet iets waar je meer of minder van kunt
hebben. Het is als een zaadje dat ontkiemt en groeit als je het aandacht en zorg geeft.
Wij hebben niet een groot geloof nodig, maar geloof in een grote God. Vertrouwen in de kracht van
Gods Geest, die jou tot een ander mens maakt.
Geloof als vrucht van de Geest betekent, dat je als mens achter Jezus aan blijft gaan. God zegt tegen
ons: Ik blijf je trouw, wat je ook doet en wie je ook wordt. Dat roept loyaliteit op bij ons.
Het groeien van geloof is niet passief. Het vergt, dat je je laat leiden door de Geest. Daarom moet ons
gebed zijn: Laat ons geloof groeien. Christus blijft trouw ook als wij ontrouw zijn, want Hij kan niet
ontrouw zijn aan zichzelf. Daarom kunnen we altijd op Hem vertrouwen.

Kijk in het archief kerkdiensten om de hele kerkdienst te kijken en te beluisteren.

Tekst van de dag

Als u namelijk bereidwillig geeft van wat u hebt, worden uw gaven met vreugde aanvaard; u hoeft niet te geven van wat u niet hebt.